Leesbaarheid, Diepgang & Verwondering

Leesbaarheid. In al die jaren dat ik advocaat was, heb ik mij aangeleerd om de vaak taaie en saaie materie zó op papier te zetten dat het voor de lezer makkelijk(er) te begrijpen was en soms zelfs leuk werd om er kennis van te nemen. Dat vind ik van groot belang: dat mijn lezerspubliek vanaf de eerste bladzijde lekker aan het lezen slaat. Telkens als ik hoor ‘het leest als een trein!’ geeft mij dat veel voldoening.

Diepgang. Ik doe mijn best om het verhaal makkelijk leesbaar op te schrijven, maar de gedegen weergave van de historie staat voorop. Aan de hand van veel boeken en andere bronnen (getuigenverklaringen, foto’s en filmpjes) probeer ik een zo goed mogelijk beeld te krijgen van wat er destijds is gebeurd. Daarna ga ik aan het schrijven: het proces om die berg aan informatie te verwerken in een leesbaar, helder verhaal.
Het is, als ik er zo eens over nadenk, mijn denkbeeldig doel dat iedereen die het verhaal heeft gelezen daarna zonder enig probleem met deskundigen over dit onderwerp van gedachten kan wisselen: dat bedoel ik met diepgang. (Dat zou overigens moeten lukken, want ik heb zelf de boeken van die deskundigen gelezen en vervolgens in mijn tekst verwerkt.)

Verwondering. Tot nog toe heb ik twee boeken geschreven, met onbekend WO II als gemene deler. Het betreft non-fictie, dus hoe het er in werkelijkheid aan toe is gegaan. Fictie is bij dit onderwerp ook eigenlijk overbodig: het feitenmateriaal dat ik in mijn onderzoek tegenkom overtreft geregeld mijn eigen verbeelding: ik zou het zelf niet zo kunnen of durven verzinnen. De verwondering die dat bij mij oproept (‘wat een ongelofelijk verhaal: dit zouden meer mensen moeten weten!) zet mij ertoe om die historie op papier te zetten.